Terug naar blog

De symptomen van shock

Je leest het vast weleens: “Slachtoffer is in shock afgevoerd naar het ziekenhuis”. Hiermee wordt in de meeste gevallen een psychische shocktoestand bedoeld, waarin het slachtoffer door een ongeval geschokt is en even niet meer kan communiceren. Dit heeft niets te maken met het medische begrip shock: een acute levensbedreigende toestand, waarbij de druk in de bloedvaten te laag is om de vitale lichaamsfuncties in stand te houden. Een shock valt onder C (circulation) van het C-ABCDE-protocol. Weet jij de symptomen van shock te herkennen?

 

Shock

Bij shock blijft de bloeddruk langdurig te laag, waardoor het circulerende bloedvolume niet voldoende kan worden rondgepompt in het lichaam en de cellen van onvoldoende zuurstof worden voorzien. Dit resulteert snel in het afsterven van cellen en ernstige schade aan weefsels en organen. Ook zullen door het dalen van de bloeddruk afvalstoffen onvoldoende worden afgevoerd. Het zuurstoftekort en de ophoping van afvalstoffen zorgen bij langere duur voor onherstelbare schade.

 

Oorzaken

De oorzaak van de shock moet direct worden aangepakt, omdat het slachtoffer anders mogelijk niet meer bij bewustzijn raakt. De oorzaken:

  • Extreem bloedverlies (inwendig of uitwendig).

  • Slecht functioneren van het hart.

  • Extreme allergische reactie/anafylactische shock.

  • Extreem vochtverlies tijdens inspanning.

  • Vochtverlies bij ernstige brandwonden.

  • Vochtverlies door braken/diarree bij ziekte.

 

Symptomen

Het is belangrijk de symptomen van shock te herkennen. Het lichaam van het slachtoffer probeert met enkele correctiemechanismen het gebrek aan zuurstof te compenseren. Het hart zal bloed sneller rondpompen, de ademhaling zal versnellen en de minder belangrijke organen, zoals de huid, zullen minder bloed krijgen. Het slachtoffer wordt rusteloos en angstig. De symptomen:

  • Het slachtoffer heeft een vale, grijzige gelaatskleur, mogelijk ook bleke nagelbedden en voelt koud en klam aan.

  • Er ontstaat zweet op het voorhoofd van het slachtoffer dat na het wegstrijken ervan niet terugkomt.

  • Het slachtoffer voelt zich onrustig, is bang en slap en voelt dat het de verkeerde kant op gaat. Ook kan het slachtoffer dorstig zijn en hevige buik- of rugpijn hebben.